"Sommigen zeggen dat ik al een Oegandees ben"

- © Trias
Expat-coöperanten zijn personen die voor een beperkte tijd binnen Trias worden ingezet in een land dat niet het hunne is, ter ondersteuning van een bepaald thema of een van onze partners. Vaak zijn dat Europeanen, ook al maakt Trias werk om steeds vaker met lokale mensen te werken. Maar een 'expat', wat is dat nu eigenlijk? Een ontheemde of iemand die overal thuis is? We vroegen het aan Peter Van Erum en Sven Debuysscher. Peter komt oorspronkelijk uit Maaseik en werkt sinds enkele jaren in Oeganda. Sven is Hallenaar en is voor Trias actief in Ecuador.
Dag heren. Kunnen jullie even kort jullie rol voor Trias toelichten?
Peter Van Erum (foto rechts): "Momenteel ben ik agro-enterprise development coördinator. Dit betekent dat ik ondersteuning bied aan de boerenorganisaties waar we mee samenwerken. Verder ben ik ook ontwikkelingsadviseur voor onze partner Mbadifa."
Sven Debuysscher (foto links): "Ik begeleid hoofdzakelijk ledenorganisaties die werken rond bepaalde producten: cavia's, aardappelen, melkproducten en toerisme. Verder is er natuurlijk de rol binnen het lokale Trias-team en volg ik deels de programma's op."
Hoe lang werken jullie al voor Trias?
Peter: "Sinds 1992, bij een ngo die later tot Trias ging horen. Eerst was ik leerkracht wetenschappen, dan landbouwadviseur bij secundaire scholen. Daarna gaf ik advies aan een kindervoedingsbedrijf en een plantaardig oliebedrijf. Na een korte terugkeer in België trok ik naar Oeganda, waar ik eerst regionaal coördinator werd, vooraleer over te schakelen naar wat ik nu doe."
Sven: "Mijn loopbaan bij Trias is iets minder uitgebreid. Ik ben begonnen in januari 2007. Ik werkte 2,5 jaar in Guatemala, vooral op organisatieversterking. Sinds augustus 2009 werk ik in Ecuador als ondersteuning van de ketens."
Wat motiveert jullie om ginder te werken?
Peter: "Never a dull moment in Africa! (lacht). De grote variatie binnen het werk, de onvoorspelbaarheid, de dagelijkse uitdagingen, nuttig kunnen zijn en zichtbaar kunnen bijdragen tot de vooruitgang van organisaties en mensen. Daar doe ik het voor."
Sven: "Ik dacht in het begin ook vooral aan Afrika. Al vanaf mijn veertiende speelde ik met de idee om in de ontwikkelingssamenwerking te werken. Ik wilde bijdragen tot een evenwichtigere wereld. Toen ik afstudeerde als industrieel ingenieur land- en tuinbouw raakte ik gefascineerd door de oorspronkelijke bevolking van Latijns-Amerika; hun gebruiken en cultuur. Tegelijkertijd werd ik ook vaker geconfronteerd met de ongelijkheid binnen de Latijns-Amerikaanse maatschappij. De drijfveer is dus een mengelmoes van solidariteit en persoonlijke interesses voor lokale gebruiken. Het gevoel dat je met je werk iets doet waar anderen beter van worden, dat is fantastisch!"
Een expat is verplicht om om de zoveel jaar van functie of van locatie te veranderen. Hoe staan jullie daar tegenover?
Sven: "Tja, Guatemala was een beetje kort om te kunnen vergelijken, maar verhuizen om de vijf jaar is zeker te doen. Nieuwe mensen en gebruiken leren kennen, nieuwe dingen ervaren en nieuwe landschappen ontdekken, dat is het allemaal waard. Bovendien heb je na een jaar of vijf niet veel meer te bieden bij dezelfde partners. Anderzijds hebben we nu wel een dochter. We willen dus onderzoeken hoe we ons wat langer kunnen 'settelen'."
Peter: "Wat Sven zegt klopt effectief. Verandering maakt voor mij deel uit van de uitdaging en variatie: het geeft vernieuwde energie."
Hoe ziet jullie professioneel leven eruit?
Sven: "Ik denk dat dit niet zo verschillend is als zo vele mensen op andere plaatsen. Mijn werkdag begint om 8.30u, 's middags heb ik een korte pauze, en in de namiddag werk ik tot ongeveer 18u. Het fijne is dat er een mix is van taken, gaande van puur bureauwerk, vergaderingen binnen het team, oplossinggericht werken met de partners, terreinbezoeken, uitwisselingen organiseren, samen met de partners klanten en commerciële relaties analyseren, meetings met lokale overheden. Dat maakt het bijzonder boeiend."
Peter: "Klopt. De afwisseling tussen kantoorwerk, teamwerk en veldwerk blijft een grote motivatie."
Blijft er nog wat tijd over voor een sociaal leven?
Peter: "Dat valt best mee hoor. Wel is het zo dat privé en werk nogal snel in elkaar overvloeien, zeker als je tijdens het veldwerk wat vrije uren hebt. Dan ga je af en toe wel iets drinken met medewerkers van de partnerorganisaties. In het weekend ga ik uit met vrienden: naar een praatcafé of het strand in Entebbe, naar de film, huisfeestjes bij vrienden of de omgeving verkennen. Verder lees ik graag, ga ik af en toe winkelen of doe ik kleine klusjes thuis. Ik besteed ook nogal wat tijd aan de begeleiding van opkomende jeugd- en mensenrechtenorganisaties (LGBT), waar een aantal van mijn vrienden lid van zijn."
Sven: "Praktisch gezien is het wel wat verschillend met het leven in België, zeker nu met onze dochter van twee. Er zijn immers geen oma's of opa's om mee voor de dochter te zorgen. Alles gebeurt met onze dochter, een avondje stappen is dus niet mogelijk. Maar eens gaan eten, vrienden bezoeken, televisie kijken, muziek beluisteren, citytrips… we doen het steeds als gezin. Op zich is dat ook niet zo verschillend met het gemiddelde gezin uit België denk ik."
Hebben jullie naast je professioneel leven veel contact met de plaatselijke bevolking?
Peter: "Ik heb meer contact met de plaatselijke mensen dan met expats. De meeste van mijn vrienden zijn Oegandezen. Ik denk dat dat komt omdat ik nogal fel verweven ben met de jeugd- en mensenrechtenorganisaties waar ik het over had. Het kan frustrerend zijn om vriendschappen te investeren in expats, aangezien die meestal voor korte tijd hier zijn."
Sven: "De scheidingslijn tussen werk en privé is inderdaad niet altijd gemakkelijk te maken. Vrienden zijn bijvoorbeeld kennissen van collega's. Alhoewel dat sterk verschilt van land tot land. In Guatemala is de bevolking iets meer gesloten. Dit heeft te maken met de recente bloederige conflicten. In Ecuador zijn mensen in de bergen gesteld op hun privacy. Ze wonen in afzondering en leggen niet zo snel contacten.
Worden jullie, gezien jullie contacten met de locals, toch nog als 'buitenstaander' bekeken?
Peter: "Toch wel. Maar doorheen de jaren word je toch ook langzaam een van hen. Sommige dingen kom ik bijvoorbeeld nooit te weten, omdat de locals denken dat ik het toch niet begrijp. Andere dingen komen ze dan weer juist alleen aan mij vertellen. Dat is omdat ze weten dat ze je als buitenstaander sneller in vertrouwen kunnen nemen. Wat minder leuk is, is dat ik nog altijd beschouwd word als 'bankautomaat': blanken hebben geld. Er komen veel mensen naar me toe voor financiële ondersteuning. Daar heb ik doorheen de jaren ook goed leren mee omgaan.
Sven: "Het is natuurlijk ook moeilijk om te weten hoe andere mensen naar je kijken. Je merkt wel dat je regelmatig een voorkeursbehandeling krijgt, zeker vanwege de lokale inheemse bevolking. Die wordt immers nog altijd als tweederangs beschouwd. Het leuke is dan natuurlijk dat je van je bevoorrechte situatie gebruik kunt maken om zaken aan de kaak te stellen. Bovendien, als je ergens een tijdje woont, beschouwen de mensen je meer en meer als local, zeker als je gebruiken gaat overnemen of deelneemt aan lokale evenementen."
Hebben jullie soms problemen met veiligheid?
Peter: "Meestal niet; ik ben net zo veilig of onveilig in het land als Oegandezen. Je moet net zoals in de meeste grote steden uitkijken voor zakkenrollers en andere dieven."
Sven: "Ik denk trouwens dat je veel veiligheidsproblemen kan vermijden door bewust om te gaan met de mensen die je omringen. Diefstal zonder geweld daarentegen is een andere zaak. Mensen die weinig tot geen respect hebben voor de goederen van iemand anders stuiten mij soms wel tegen de borst. Ik denk dat de meeste huizen tralies hebben om de zogeheten "vrienden van andermans gerief" buiten te houden.
Vinden jullie van jezelf dat jullie geïntegreerd zijn in de plaatselijke maatschappij?
Peter: "Ik denk dat je nooit 100% geïntegreerd kan zijn, maar ik heb me toch aardig aangepast aan de plaatselijke gebruiken en gewoontes. Sommigen zeggen dat ik al een Oegandees ben, maar dat is toch wat overdreven."
Sven: "Ingeburgerd ja, geïntegreerd deels. Je spreekt de taal, neemt deels de gebruiken over, maar toch ga je je een stuk terugplooien op je eigen gebruiken. Je maakt deel uit van de maatschappij, of je er zelf iets voor doet of niet. Ik denk dat het mooie is dat je van verschillende culturen dingen gaat overnemen en te gelijkertijd meer bewust wordt van je eigen wortels."
Over je eigen wortels gesproken. Komen jullie nog af en toe naar België?
Peter: "Ik kom systematisch elk jaar voor twee à drie weken naar België. Dit vooral voor mijn vrienden en familie en om het contact en de voeling met mijn cultuur niet te verliezen. Dat is heel belangrijk voor mij. Ik wil niet vervreemden, ik ben nog steeds 100% Belg."
Sven: "Familie en vrienden in België zijn inderdaad nog altijd belangrijk. Ook kan je dan af en toe lekkere Belgische specialiteiten inkopen, die vind je hier uiteraard niet altijd. België blijft je land van herkomst, je roots. Het is belangrijk om af en toe de vinger aan de pols te houden."
