Globalisering heeft de wereld klein gemaakt: Zuid en Noord wonen in eenzelfde wereld en ondergaan dezelfde processen. De vooruitgang, context, timing en snelheid kunnen verschillen, maar de uitdagingen zijn over het algemeen gelijkaardig. Dit betekent dat wat er gebeurt in het Noorden implicaties heeft voor het Zuiden en omgekeerd.
Dit biedt kansen aan het middenveld in Noord en Zuid - vertegenwoordigd door hun respectieve organisaties - om ideeën, inspanningen en interesses, acties en belangenbehartiging te delen. Hiervoor hebben beiden een gedeelde verantwoordelijkheid en elk een duidelijke rol.
Toegang tot voldoende voedsel van goede kwaliteit zal de komende tien jaar niet verzekerd zijn voor grote delen van de wereldbevolking. Honger en armoede zijn een blijvend gegeven. Zij zijn bijzondere uitdagingen voor de landbouw, niet enkel omdat een groot deel van de armoede zich op het platteland situeert, maar ook omdat de landbouw oplossingen kan aanbrengen.
Onderhandelingen over handel en landbouw worden gevoerd tussen regeringen. Handelsstromen worden in toenemende mate georganiseerd door internationale bedrijven. Om op beide vlakken te kunnen meespelen, moeten individuele producenten een gedegen gezamenlijke belangenbehartiging op poten zetten, zowel in de ontwikkelde als in de ontwikkelingslanden.
Een stijgend aantal landbouworganisaties vraagt inspraak in het door hun land gevoerde landbouw- en handelsbeleid, zet diensten op poten voor hun leden, organiseert voorlichting, investeert mee in verwerking en vermarkting van producten, bemiddelt in contractteelt, enzovoort. Tussen landbouworganisaties onderling groeit het besef dat internationale samenwerking een must is, ook op economisch vlak. Dergelijke samenwerking overstijgt de vroegere Noord-Zuidtegenstellingen en vindt meer en meer gezamenlijke actiepunten.
Trias is onder meer door Boerenbond gemandateerd als agro-agency binnen het Agricord-netwerk, wat opportuniteiten biedt om de samenwerking tussen boerenorganisaties in Noord en Zuid te ondersteunen.
Trias kiest met de bewegingen in Vlaanderen om te werken aan vernieuwde partnerschappen omdat we geloven dat deze vormen van uitwisseling en samenwerking op een duurzame wijze bijdragen tot het verhogen van de bestaanszekerheid van familiale boeren en kleinschalige ondernemers en hun actieve deelname in processen van lokale economische ontwikkeling in het Zuiden.