Stel u iemand voor met een vermogen van 250.000 euro. De persoon in kwestie is woonachtig in Vlaanderen, heeft zelf geen kinderen en de beide ouders zijn overleden. Het is de wens van de erflater dat na zijn overlijden het vermogen naar zijn zus gaat.
Zonder duolegaat betaalt de zus 131.250 euro successierechten. Daardoor krijgt ze slechts 47 procent van het nagelaten vermogen in handen. 53 procent van de erfenis vloeit naar de Vlaamse overheid. Door een goed doel in het testament op te nemen, gaat het rekensommetje er helemaal anders uitzien: vzw’s betalen slechts 8,8 procent successierechten.
Een goed idee van de erflater zou zijn om via een duolegaat 50 procent van het vermogen te schenken aan zijn zus en de andere 50 procent aan Trias. In dat geval houdt zijn zus netto 125.000 euro over aan de erfenis.
Het duolegaat zorgt er immers voor dat Trias zowel de successierechten betaalt op haar eigen erfdeel als op het erfdeel van de zus. Toch is de formule interessant voor Trias: op die manier kunnen we 64.000 euro investeren in arme ondernemers.
De zus van de erflater haalt nog meer voordeel uit het duolegaat indien de verdeling van het vermogen verschuift naar 55/45 of 60/40. De netto-opbrengst voor Trias daalt dan naar respectievelijk 40.100 en 24.950 euro. De netto-opbrengst voor de zus verhoogt tot respectievelijk 137.500 en 150.000 euro. In dat laatste geval gaat het om een winst van 31.250 euro in
vergelijking met de netto-opbrengst zonder duolegaat!